Wasmiddel en wasverzachter gebruiken
WAARSCHUWING!

WAARSCHUWING!
Lees de instructies van de fabrikant op de verpakking wanneer u wasmiddelen, wasverzachters, stijfsel, bleekmiddel en ontkleurders, antikalkmiddelen gebruikt en volg de vermelde dosering. Gebruik indien mogelijk een maatbeker.

De wasmiddellade bestaat uit drie vakken:
(1) voor de voorwas,
(2) voor de hoofdwas,
(3) voor de wasverzachter,
(
) een sifon in het wasverzachtervak
(
) is een vloeibaar wasmiddel apparaat voor vloeibaar wasmiddel in het hoofdwasvak.
Wasmiddel, wasverzachter en andere reinigingsmiddelen
- Voeg wasmiddel en wasverzachter toe voor het starten van het wasprogramma.
- U mag de wasmiddellade nooit open laten wanneer het wasprogramma actief is.
- Als u een programma gebruikt zonder voorwas mag u geen wasmiddel aanbrengen in het voorwasvak (vak nr. “1”).
- Als u een programma gebruikt met voorwas moet u de machine starten nadat u het waspoeder aangebracht in de voorwas- en hoofdwasvakken (vakken 1 en 2).
- Selecteer geen programma met voorwas als u een wasmiddelzak of wasmiddelbol gebruikt. Plaats het wasmiddelzakje of de bol direct tussen de was in het product.
- Als u een vloeibaar wasmiddel gebruikt, moet u de instructies volgen van “Het gebruik van vloeibaar wasmiddel” en vergeet niet het vloeibaar wasmiddelapparaat in de correcte positie aan te brengen.
Het wasmiddeltype kiezen
Het te gebruiken wasmiddel is afhankelijk van het wasprogramma, soort materiaal en de kleur.
- Gebruik verschillende wasmiddelen voor gekleurde en witte kleding.
- Was uw fijne kleding met speciale wasmiddelen (vloeibaar wasmiddel, wolwasmiddel, enz.) speciaal voor fijne kleding en op de aanbevolen programma´s.
- Voor het wassen van donkere kleding en dekens is het aanbevolen een vloeibaar wasmiddel te gebruiken.
- Was wol op het aanbevolen programma met een speciaal wolwasmiddel..
- Bekijk het deel van programmabeschrijvingen voor aanbevolen programma´s voor verschillende stoffen.
- Alle aanbevelingen voor wasmiddelen zijn geldig voor het kiesbare temperatuurbereik van programma´s.
WAARSCHUWING!

U mag enkel wasmiddelen, wasverzachters en additieven gebruiken die geschikt zijn voor wasmachines.
Gebruik geen zeeppoeder.
De hoeveelheid wasmiddel aanpassen
De te gebruiken hoeveelheid wasmiddel hangt af van de hoeveelheid wasgoed, de vuilgraad en de waterhardheid.
- U mag de aanbevolen doseringswaarden overschrijden die vermeld staan op de verpakking om problemen met overmatig schuim en slechte spoeling te vermijden, om geld te besparen en om het milieu te beschermen.
- Gebruik minder wasmiddel voor minder of minder vuil wasgoed.
Het gebruik van wasverzachters
Plaats de verzachter in het wasverzachtervak van de wasmiddellade.
- Overschrijd het (>max<) niveau in het wasverzachtervak niet.
- Als de wasverzachter niet vloeibaar is, moet u de verzachter verdunnen voor u hem in het verzachtervak plaatst.
WAARSCHUWING!

WAARSCHUWING!
Gebruik geen vloeibare wasmiddelen of ander materiaal met reinigende eigenschappen tenzij ze bedoeld zijn voor gebruik in wasmachines om het wasgoed te verzachten.
Het gebruik van vloeibare wasmiddelen
Als het product voorzien is van een houder voor vloeibaar wasmiddel
- Druk en draai aan het apparaat bij de markering als u vloeibare wasmiddelen wilt gebruiken. Het onderdeel dat naar beneden werkt als afsluiting voor het vloeibare wasmiddel.
- Reinig met water ter plaatse of door het te verwijderen indien nodig. Vergeet het apparaat niet aan te brengen in het hoofdwasvak (vak nr. “2”) na de reiniging.
- Het apparaat moet omhoog staan als u waspoeder wilt gebruiken.

Het gebruik van gel en tablet wasmiddelen
- Als het wasmiddel vloeibaar is en er geen vloeibaar wasmiddellade aanwezig is in uw product, moet u het gel wasmiddel in het hoofdwasvak plaatsen bij de eerste watertoevoer. Als uw product voorzien is van een vloeibaar wasmiddellade, moet u deze lade vullen met het wasmiddel voor u het programma start.
- Als het gel wasmiddel niet vloeibaar is of in een capsule zit, moet u deze direct in de trommel plaatsen voor het wassen.
- Plaats de wasmiddeltabletten in het hoofdwasvak (vaknr. "2") of direct in de trommel voor het wassen.
Het gebruik van stijfsel
- Plaats het vloeibare/poeder stijfsel of de machinewas verf in het wasverzachtervak.
- Gebruik nooit wasverzachter en stijfsel samen in dezelfde wascyclus.
- Neem de binnenkant van de machine met een vochtige en schone doek af na het gebruik van stijfsel.
Het gebruik van antikalkmiddel
- Indien nodig mag u enkel antikalkmiddel gebruiken gemaakt voor wasmachines.
Bleekmiddel en ontkleurders gebruiken
- Selecteer een programma met voorwas en voeg bleekmiddel toe bij de start van de voorwas. Plaats geen wasmiddel in het voorwasvak. Als alternatieve toepassing selecteert u een programma met bijkomende spoeling en voegt u bleekmiddel toe terwijl de machine water neemt van het wasmiddelvak tijdens de eerste spoelfase.
- Meng en gebruik nooit bleekmiddel en wasmiddel samen.
- Aangezien bleekmiddel de huid kan irriteren, mag u slechts kleine hoeveelheden (1/2 theekopje - ca. 50 ml) gebruiken en moet u het wasgoed goed spoelen.
- Giet bleekmiddel niet rechtstreeks op het wasgoed.
- Gebruik geen bleekmiddel voor gekleurde kleding.
- Selecteer een programma met lage temperatuur als u zuurstofgebaseerde ontkleurders gebruikt.
- Op zuurstof gebaseerd ontkleurder mag samen met wasmiddel worden gebruikt. Als het echter niet dezelfde viscositeit heeft als het wasmiddel, moet u eerst het wasmiddel in vak nr. “2” plaatsen in de wasmiddellade en wachten tot het product het wasmiddel heeft weggespoeld tijdens de watertoevoer. Voeg de ontkleurder toe in hetzelfde vak terwijl water wordt toegevoegd aan de machine.